No flash player!

It looks like you don't have flash player installed. Click here to go to Macromedia download page.


Home arrow > Nieuws arrow Kings of Karting Regelementen
Kings of Karting Regelementen

Onder auspiciën van de KNAF, Knac Nederlandse Autosport Federatie, wordt het Nederlands endurance kampioenschap georganiseerd. Dit kampioenschap wordt verreden onder de naam ‘Kings of Karting’ en bestaat uit acht wedstrijden variërend van 3 tot 8 uur. Het veld is zeer competitief en het volle startveld met meer dan dertig teams zorgt altijd voor veel spektakel. Vanaf 2006 is de Kings of Karting opgedeeld in  twee klasses namelijk de ‘SuperPro’- en de ‘Pro’ klasse. De SuperPro klasse is bedoeld voor fabrieksteams en zeer ervaren teams. De Pro klasse is bedoeld voor de minder ervaren teams en teams met een klein budget.

REGLEMENT PROKART ENDURANCE KARTING

- Algemeen
Van toepassing is het KNAF Reglement 4-takt Kartraces en alle daarin genoemde reglementen.
- Leeftijden
De leeftijd van de "teamleider / inschrijver" dient minimaal 18 jaar te zijn. Teamleden (rijders) mogen
deelnemen vanaf het jaar waarin men 16 wordt. Bij minderjarige deelnemers dient de inschrijving
meeondertekend te zijn door de ouder/voogd.
– Kart Algemeen
Gewicht. Op de, bij de wedstrijd gebruikte weegschaal, dient het afgelezen gewicht van de kart + rijder +
transponder op ieder tijdstip van de wedstrijd, ten minste 185 kg te zijn (voor weegprocedure zie het Reglement
4-takt wedstrijden).
Straf: tijdens de kwalificatie: niet geklasseerd; achteraan starten. Tijden de race: bij een te laag gewicht
t/m 1 kilo: aftrek van 1 ronde per twee uur dat de race duurt. Bij een te laag gewicht van meer dan 1
kilo: aftrek van 1 ronde per uur dat de race duurt. In beide gevallen met een maximum van 10 ronden
per overtreding.
Toevoegingen aan de kart die tot doel hebben het vereiste gewicht te bereiken (zoals lood) dienen deugdelijk aan de kart bevestigd te zijn, dit ter beoordeling van de TC.
Straf: overtreding van dit artikel heeft één ronde straf tot gevolg
Nummerbord. Achtergrond Kleur WIT, cijfers ROOD minimalehoogte 14 cm.
Banden. Zie het bandenbulletin en o.a. te vinden op de site van de organisator.
Extra stoel. Het gebruik van een losse inzet-stoel in de vaste stoel tijdens de race is toegestaan, mits deze
tenminste op één plaats aan de kart bevestigd is met een stevige verbinding (bout, tierap, dit ter beoordeling van de TC, e.d.) (dus geen tanktape e.d.).
Straf: overtreding van dit artikel heeft één ronde straf tot gevolg
Geluid. Maximaal gemeten geluid: 90 dB(A) is toegestaan.
Banden Parc Fermé. De eerste zes deelnemende teams uit de tussenstand van de Superpro klasse en de eerste zes deelnemende teams uit de tussenstand van de Pro Klasse zijn verplicht hun banden (slicks) in het Parc Fermé te kopen den deze daar op velg te zetten. Voor aanvang van de tijdtraining kunnen de velgen in het Parc Fermé op de kart gezet te worden. Regenbanden hoeven niet uit het Parc Fermé gekocht te worden. Tijdens de race overstappen van regenbanden op slicks kan alleen met slicks uit het Parc Fermé. De banden dienen in het Parc Fermee te blijven tot de kwalificatie cq. de race aanvangt. Tussentijds het Parc Fermee verlaten met de banden is niet toegestaan.
Klasse. De prokarts zijn onderverdeeld in twee klassen, te weten de SuperPro en Pro klasse. De SuperPro-klasse is bedoeld voor de ervaren teams en de Pro-klasse is voor de minder ervaren teams. Voor aanvang van de eerste wedstrijd dient elk team aan te geven in welke klasse zij meent te willen rijden. De 0rganisatie behoud zich echter het recht de indeling te wijzigen, waarbij ze zich beroept op de behaalde resultaten. Zo gaat bijvoorbeeld een team dat kampioen wordt in de Pro-klasse, in het volgende jaar automatisch naar de SuperPro-klasse.
- Chassis
Chassis. Nationaal gehomologeerd (Homologaties van na 1 januari 2005 zijn uitsluitend geldig indien zij
uitgegeven zijn door het bestuur van de afdeling 4-takt van de sectie karting). Uitsluitend één chassis (dat bij de veiligheidskeuring aangeboden is) mag op de wedstrijd gebruikt worden.
Alle chassisdelen en onderdelen die bedoeld zijn voor het aanpassen van de wegligging (sporing, caster, camber, remdruk, gewichtsverdeling, e.d.) dienen zo gemonteerd en geborgd te zijn dat verstellen tijdens het rijden niet mogelijk is. De borging dient zodanig te zijn dat de verstelling tussen heats of tijdens pitstops vergelijkbaar in moeite is, als een kart waarop dergelijke systemen niet toegepast worden. De uitspraak van de TC is hierover bindend. Bij het niet naleven van dit artikel wordt de straf onderaan artikel 4 toegepast.
Wielbasis. Minimaal 1040 mm, maximaal 1080 mm
Achteras. Diameter 30 mm, massief of hol, magnetisch materiaal, uit één geheel bestaand.
Remmen. Hydraulisch of mechanisch, werkend op de achteras, maximaal 1 remklauw met maximaal 2 zuigers, een aan iedere kant van de remschijf. Voorremmen zijn niet toegestaan.
Velgen. Maximumbreedte: voor 130 mm, achter 190 mm
Achterbumper. Is verplicht. De bumper moet deugdelijke en van magnetisch buis te zijn met een minimale
diameter van 25 mm. De afstand tussen bumper en het wegdek moet onder alle omstandigheden tussen 50 mm en 85 mm zijn. De achterbumper dient vanaf opzij gezien, vertikaal vlak te zijn, waarbij aan de bovenzijde een naar achter gebogen vlak onder een hoek van max. 30 graden is toegestaan. De bumper dient op tenminste 2 plaatsen met het chassis te zijn verbonden. De bumper dient tenminste 50 % van de breedte van de achterwielen te bedekken, doch mag in geen geval buiten de achterbanden uitsteken. De bumper mag niet in de breedte verstelbaar zijn.
Voorbumperspoiler. Model CIK of FMK (gehomologeerd of geregistreerd), model nieuw of oud, verplicht. De spoiler dient deugdelijk vast gemaakt te zijn.
Stuurspoiler. Volgens FMK, model nieuw of oud, verplicht. Model Bigfoot toegestaan volgens specificatie
zoals gedeponeerd bij het BSK.
Side-pods. Volgens de maatvoering en materiaalkeuze volgens de CIK, verplicht. Uitsluitend de montage van de transponder + houder op de side-pods is toegestaan. Een Side-pod mag aan de zijkant van de kart maximaal 5 cm buiten het achterwiel uitsteken, mits de toegestane maximale breedte van de kart (= 140 cm) niet overschreden wordt.
Overbrenging. 20: 66, 219 gauge ketting.
Velgen. Voorvelgen zitten vast met een centrale borgmoer. Achtervelgen zitten vast met drie bouten of
borgmoeren. Verwisselen van velgen is uitsluitend toegestaan d.m.v. het verwijderen van deze bouten of
borgmoeren. Snelwisselsystemen zijn niet toegestaan. Met het verwisselen van de wielen is alleen
handgereedschap toegestaan (geen elektrisch of pneumatisch gereedschap)
Straf: Overtreding van dit artikel heeft per uur dat de race duurt 1 ronde aftrek tot gevolg.
- Motoren
Motor. HONDA GX160 specificatie K1 (serienummer beginnend met. GC 02), HONDA GX160
specificatie T1 (serienummer beginnend met GC ABT), HONDA GX160 specificatie UT1 (serienummer
beginnend met GC AFT) van het type QHQ4 of QX4 (motor met olieniveau regelaar die afgesloten of
verwijderd mag worden). Maximaal 4 stuks mogen per race ingezet worden, mits deze bij de
veiligheidskeuring aangeboden en geregistreerd zijn. Het wisselen van motoren mag alleen nadat dit schriftelijk gemeld is bij de wedstrijd-secretaris. Hiervoor zijn speciale briefjes verkrijgbaar bij het wedstrijdsecretariaat.
Het is niet toegestaan om onderdelen van verschillende types HONDA motoren onderling met elkaar te
wisselen. Het betreft motoren zoals omschreven in artikel 44.1.
Toleranties. Voor maximale toleranties dienen de HONDA servicerichtlijnen aangehouden te worden. Hiermee wordt verwezen naar het boek “Shop manual” van Honda (boeknr. 66ZH700). Voor alle daarin ontbrekende maten en/of toleranties gelden de maten zoals genoemd in het boek “Parts catalog” van Honda (boeknr.:
13ZH80E6 of 13ZH80E8). Klepveren – dikte draad klepveer 2mm. Met een maximale tolerantie van 0.02mm.
naar boven.
Onderdelen. Uitsluitend originele HONDA onderdelen, bedoeld voor motoren als omschreven in artikel 44.1,
zijn toegestaan. Bouten en moeren hoeven niet origineel te zijn, zij mogen echter geen ander doel hebben dan
origineel. Ten behoeve van borging mogen bouten en moeren doorboord worden.
Verboden. Het verwijderen van materiaal van, of het toevoegen van materiaal aan de motor is expliciet
verboden. Beschadigde onderdelen dienen vervangen te worden. Op alle onderdelen moeten de originele
bewerkingsgroeven zichtbaar blijven. Alle motoronderdelen dienen volgens HONDA richtlijnen gemonteerd te zijn.
Verplicht. Het monteren van een extra veer aan het gasmechanisme die de gasklep sluit indien geen gas gegeven wordt of de gaskabel niet bevestigd is.
Cylinderkop. De minimale inhoud van de cylinderkop in gemonteerde toestand bedraagt 22,5 cc. De inhoud wordt gemeten met de zuiger in de bovenste stand van de compressieslag. Inbegrepen in de kopinhoud is de inhoud van het bougiegat (tip om te meten: zet de zuiger vlak voor het bovenste punt van de compressieslag en injecteer met een injectiespuit 22,5 cc van een dunne vloeistof -rode lampen olie of een andere dunne olie - en breng vervolgens de zuiger rustig omhoog. De vloeistof mag dan niet over de rand van het bougiegat stromen).
Om een te grote inhoud terug te brengen tot een waarde die dicht boven de genoemde 22,5 cc ligt, is het gebruik van een of meerdere koppakkingen van een Honda 200cc motor toegestaan (bestelnr. = 12251-ZLO-003). Letop! Uitlektijd die wij hanteren tijdens de technische nacontrole bedraagt 60 seconde. Gemeten wordt vanuit een glazen buret met een capaciteit van 25 ml. Diameter van het glazen buret bedraagt: binnenwaarts 8mm. Er wordt rode lampenolie van het merk Old Dutch Farmlight Lampoil gebruikt. Deze is onder andere te koop bij Xenos, Blokker, Marskramer en de Makro.
Toegestaan. Verwijderen van de toerentalbegrenzer/-regelaar (zie HONDA-parts catalog GX160, blz. 21 t/m
26). Onderdeel 9, 20 en 21 mogen vervangen worden door een bout, ringen en moer ter afdichting van het
ontstane gat.
- Verwijderen of loskoppelen van de beveiligingsschakelaar (zie HONDA-parts catalog GX160,
blz 21 t/m 26, onderdeel 3).
- De originele klepveren mogen vervangen worden door klepveren van de GX140, met
onderdeelnummer 14751-ZE1-000.
- Monteren van alternatieve hoofdsproeiers :
99101-ZF5-0680 99101-ZF5-0700
99101-ZF5-0720 99101-ZF5-0750
- De bevestiging van gaskabel aan gasmechanisme.
- De cilinders mogen bij revisie opgeboord worden tot de eerste overmaat zuiger.
Uitsluitend zuigers met de volgende HONDA-part-nummers mogen gebruikt worden:
13102-ZH8-010, 13102-ZF1-020, 13102-ZE7-010.
Voor de GX160 T1 QHQ4 mag uitsluitend de eerste overmaatzuiger (0.25) met het
onderdeelnummer 13102-ZE7-010 gebruikt worden.
Tevens is het gebruik van oliekeerringen van de Honda 200cc motor (bestelnr. = 12209-ZLO-003) op
beide klepstelen toegestaan met het doel het opkruipen van de klepgeleiderbussen tegen te gaan.
Bougies. Uitsluitend de volgende bougies zijn toegestaan:
NGK : BPR5ES, BPR6ES
NIPPONDENSO : W16EPR-U, W20EPR-U
Koppeling. Uitsluitend een droge, luchtgekoelde, niet tijdens het rijden verstelbare koppeling is toegestaan.
Overig. Wat in dit artikel over de motoren niet beschreven is, is niet toegestaan.
Geschillen. Bij technische geschillen wordt de beslissing, of een motor wel of niet conform het reglement is, genomen door een commissie bestaande uit twee, door de sectie Karting aangewezen, gelicentieerde TC's en een technische vertegenwoordiger van HONDA.
44.13 Uitlaat: Het is toegestaan je “rammelende” uitlaat te laten repareren. Dit dient te gebeuren volgends de door de organisatie opgestelde regels. Deze zijn op te vragen bij de organisatie.
Straf: Overtreding van dit artikel heeft uitsluiting van de deelnemer voor het betreffende wedstrijd
onderdeel tot gevolg.
- Maximale rijtijd
De maximale rijtijd moet liggen tussen de 45 en 75 minuten. De exacte rijtijd die geldt tijdens een wedstrijd zal bekend worden gemaakt door middel van een loting tijdens de rijderbriefing op de dag van de wedstrijd. De nieuwe rijder moet vervolgens de pitstraat uitrijden en aan de wedstrijd deelnemen, voordat een rijderswissel met een andere rijder(s) uit het team is toegestaan.
Niet inbegrepen in deze tijd is de periode gedurende code rood. Bij code rood wordt de tijdmeting direct stilgezet en gaat direct verder zodra de wedstrijd voortgezet wordt.
De rijtijd is als volgt gedefinieerd: Zij gaat in bij de eerste passage over de lus voor tijdmeting in de baan of in de pituitgang en stopt op het moment dat men over de lus rijdt die voor de weegschaal ligt. Bij het einde van de wedstrijd stopt de tijd op het moment dat men tijdens het finishen over de lus in de baan rijdt. De extra tijd die valt tussen de officiële eindtijd van de race en het afvlaggen van de leider van de race zal bij elk team in mindering gebracht wordt op de tijd die bij het finishen voor elk team gemeten is. De rijtijd wordt m.b.v. een computer voor elk team apart gemeten. De zo gemeten tijd is bindend.
Straf: Een overschrijding van maximaal 1 minuut heeft een aftrek van 2 ronden tot gevolg. Bij een
langere overschrijding worden 4 ronden in mindering gebracht.
- Pitstops
In de pitstraat mag uitsluitend stapvoets worden gereden. Wisselen van rijder, reparaties en onderhoud (b.v. ketting sprayen) aan de kart mogen alleen worden uitgevoerd op de daartoe aangewezen plaats als de kart volledig stilstaat.
De snelheid in de pitstraat zal geschieden door middel van een teamgenoot die WANDELEND voor de kart de rijder naar de betreffende pitbox of naar het einde van de pitstraat begeleid.
Straf: Overtreding van deze regel heeft aftrek van één ronde voor dat team tot gevolg.
Als de wedstrijd wordt stilgelegd met de rode vlag is het niet toegestaan de pit in te rijden. Karts die zich op dat moment in de pitstraat bevinden mogen niet verplaatst worden en reparatie aan de kart zijn gedurende de code rood periode verboden.
Straf: Overtreding van deze regel heeft per wedstrijdduur van twee uur aftrek van één ronde voor die
deelnemer team tot gevolg.
- Tanken
Vanaf het moment dat de officiële (tijd)training gestart is tot het einde van de race dient het tanken te gebeuren op de daarvoor bedoelde "tankplaats" waar een rookverbod geldt, open vuur verboden is en uitsluitend rijders en tankofficials mogen zijn.
Vanaf het begin van de (tijd) training tot aan het einde van de race is het verwijderen van brandstof uit de
benzinetanks alleen toegestaan op de daarvoor bedoelde “tankplaats”
Men dient alle instructies van de officials op te volgen. Het tanken gebeurt als volgt:
- De rijder rijdt stapvoets tot voor de tankplaats en stopt de kart daar.
- De rijder stapt uit de kart en alle motoren van de kart worden afgezet.
- Vervolgens wordt de kart naar de tankplaats geduwd.
- De rijder stelt zich naast de kart op met een brandblusser gereed tot blussen en de spuitmond gericht op de tanks van de kart. Nu pas zal met tanken worden gestart.
- Nadat de vuldoppen goed zijn vastgedraai en het "oke" teken is gegeven, kan de brandblusser losgelaten worden.
- De rijder dient de kart zelf van de tankplaats weg te duwen, waarna dan op eigen kracht de motor(en) gestart wordt. Reparaties tijdens het tanken zijn verboden.
Tijdens momenten dat de wedstrijd stilgelegd is met code rood, is tanken niet toegestaan.
Straf: Overtreding van dit artikel heeft een Stop & Go straf tot gevolg.

REGLEMENT 4-TAKT KARTING


Artikel 1 - Reglementen
Dit reglement beschrijft de regels, voorschiften en bijzonderheden van 4-takt wedstrijden. Daar waar dit
reglement zaken niet vermeldt, wordt verwezen naar de Code Sportief International (CSI) en de Annuaire du
Sport Karting (AdK).
Artikel 2 - Wedstrijden
Onder Endurancewedstrijden wordt verstaan een wedstrijd met een duur van minstens 1 uur, waarbij
rijderwissels mogelijk of zelfs verplicht zijn.
Onder een Sprintwedstrijd wordt verstaan een wedstrijd waarbij een beperkte afstand moet worden afgelegd of
waarbij een beperkte tijd (maximaal twee uur) moet worden gereden en rijderwisselingen niet toegestaan zijn.
Deze hier genoemde wedstrijden zijn in het algemeen nationale wedstrijden (zie art. 18 CSI), tenzij het bijzonder
reglement dat anders vermeldt.
Artikel 3 - Deelnemers
In dit reglement wordt steeds gesproken over deelnemer(s). Bij endurance races wordt hiermee bedoeld: de
teams en de bij die teams behorende rijders. Bij sprint-races wordt hiermee bedoeld: de rijder(s). Daar waar dit
reglement over personen gaat, worden personen van beide geslachten bedoeld.
Artikel 4 - Rijder
Een natuurlijke persoon die de kart in de betreffende wedstrijd bestuurd. Hij dient in het bezit te zijn van een
geschikte rijderlicentie. Voor Nationale wedstrijden is een rijderlicentie tevens een inschrijverlicentie. In geval
de rijder of inschrijver minderjarig is, dienen de rijder/inschrijver en de ouder/voogd of een bevoegde begeleider
het inschrijfformulier te ondertekenen.
Artikel 5 - Teams
5.1 Een team is definitief in naam en samenstelling gedurende een wedstrijd vanaf het sluiten van de
inschrijving voor die wedstrijd. Leden van een team mogen tussen wedstrijden door van team wisselen,
doch nemen hun behaalde punten niet mee.
5.2 Punten die door een team in een kampioenschap behaald zijn, kunnen niet overgedragen worden aan
een ander team.
5.3 Een team bestaat uit tenminste 2 en ten hoogste 5 rijders bij Sprint-races en 10 rijders bij Endurance
races. Tevens dient er een teamleider te zijn die ook rijder kan zijn. Rijders kunnen niet gelijktijdig lid
zijn van meer dan één team. In het Bijzonder Reglement kan in afwijking van dit artikel besloten
worden dat het aantal vereiste teamleden afwijkt.
5.4 Een team dient een naam te hebben die niet aanstootgevend mag zijn. Deze naam is vast voor de duur
van een wedstrijd dan wel het kampioenschap en wordt in alle correspondentie, bulletins en uitingen
toegepast.
5.5 Een teamleider is de inschrijver van het team.
Artikel 6 - Inschrijver
Een natuurlijk- of rechtspersoon die de inschrijving voor de betreffende wedstrijd gedaan heeft. Hij dient over
een geldige inschrijverlicentie te beschikken. Hij is verantwoordelijk voor al het handelen en nalaten van de
rijder(s), monteur(s), helpers(s), genodigde(n) en kan als zodanig wegens handelingen van voornoemde personen
worden bestaft.
Artikel 7 - Organisator
De organisator is een door de KNAF erkend rechtspersoon, in het bezit van een geldige organisatie-licentie van
de KNAF voor het betreffende jaar. De organisator dien het Bijzonder Reglement van een wedstrijd ter
goedkeuring te overleggen aan het bestuur van de afdeling 4-takt van de KNAF sectie karting. Dat Bijzonder
Reglement dient inhoudelijk te voldoen aan art. 65 van de CSI.
Artikel 8 - Licenties
Deelname aan 4-takt wedstrijden is uitsluitend mogelijk voor rijders met:
- een geldige Kartlicentie van de KNAF.
- een geldige, door een andere ASN dan de KNAF, uitgegeven kartlicentie welke voldoet aan de FIA
gestelde eisen.
Rijders die in het bezit zijn van een KNAF-licentie van een andere tak van de Nederlandse Autosport kunnen op
het federatiebureau van de KNAF tegen betaling van € 30,-- en inlevering van een pasfoto een “4-takt
Kartlicentie” krijgen. Tijdens de wedstrijden kunnen er daglicenties worden uitgeschreven.
Artikel 9 - Inschrijvingen
9.1 De inschrijving van een deelnemer dient te gebeuren conform artikel 68 t/m 80 van de CSI. Bij
Endurance races schrijft de "teamleider" zijn team in en vertegenwoordigd hij het team en de rijders van
het team. Bij sprintraces is een rijder zelf inschrijver en vertegenwoordigd dus zich zelf, tenzij de
deelnemer minderjarig is. In dat geval dient één van zijn ouders, een voogd of bevoegd begeleider te
tekenen en vertegenwoordigd hij/zij deze rijder.
9.2 Conform artikel 74 kan het organisatiecomité een inschrijving weigeren met opgaaf van reden. Het
comité dient dit binnen een redelijke termijn aan de inschrijver te melden. Het sluiten van de
inschrijving kan uiterlijk plaats vinden op de wedstrijddag zelf, echter voordat begonnen wordt met
rijden.
9.3 Het inschrijfgeld dient te zijn voldaan op het in het formulier vermelde rekeningnummer of a contant
uiterlijk op de sluitingsdatum van de inschrijving.
9.4 Annuleren van de inschrijving door de “inschrijver” is uitsluitend mogelijk volgens de regels die door
de organisator zijn aangegeven in het bijzonder reglement van de wedstrijd of de regels van een
kampioenschap. Als niets aangegeven is, dan is annuleren niet mogelijk.
Artikel 10 - Administratieve controle
Elke wedstrijd wordt voorafgegaan door een administratieve controle. De vertegenwoordiger van elke deelnemer
dient zich daar te melden en de volgende zaken te overhandigen:
a. een bewijs van inschrijving
b. indien nog niet voldaan, het verschuldigde inschrijfgeld
c. alle betreffende licenties
d. van elke rijder een ondertekend exemplaar van de aansprakelijkheidsverklaring voor de
betreffende wedstrijd.
e. Elk team dient zich binnen de aangegeven tijd te melden voor de administratieve controle.
Het officiële tijdstip wordt gepubliceerd in het Bijzonder Reglement. Teams die zich niet
binnen de aangegeven tijd melden bij de administratieve controle dienen achteraan te
starten. Het team/de rijder dient zich altijd alsnog te melden bij het wedstrijdsecretariaat
voor de administratieve controle.
Artikel 11 - Afgelasting
Een organisator mag een wedstrijd of een serie wedstrijden afgelasten indien naar haar mening te weinig
inschrijvingen zijn binnengekomen. Hiervan dient aan de wel ingeschrevenen tenminste drie dagen voor de
wedstrijd of aanvang van de serie bericht te worden gestuurd. Indien hiervan sprake is, ontvangen alle
ingeschrevenen het door hun betaalde inschrijfgeld terug, met inhouding van € 12,50 administratiekosten.
Artikel 12 - Aansprakelijkheid
Alvorens rijders aan een wedstrijd of een kampioenschap kunnen deelnemen moeten zij een
aansprakelijkheidsclausule ondertekenen. In geval de rijder minderjarig is, dient zijn of haar ouder/voogd of
bevoegd begeleider de verklaring ook te ondertekenen. De verklaring bevat de volgende tekst:
"Als deelnemer ben ik mij bewust van het feit dat deelneming aan trainingen en/of wedstrijden zowel voor mij
als voor derden, alsmede voor mijn goederen en/of goederen van derden, risico's voor schade (letselschade,
zaakschade en gevolgschade daaronder begrepen) inhoudt. Ik neem deze risico's uitdrukkelijk voor mijn
rekening.
Ik aanvaard dat de KNAF, haar sectiebesturen, haar organisatoren en haar medewerkers, bestuursleden en
officials geen enkele aansprakelijkheid voor enige schade dragen die ik in verband met deelneming aan
trainingen en/of races lijd, of die ik door mijn toedoen of laten aan derden aanbreng, tenzij die schade is te
wijten aan opzet of grove schuld van de KNAF of de organisator zelf.
Ik verklaar hierbij dat ik de in deze verklaring genoemde personen en instanties op geen enkele wijze
aansprakelijk zal stellen of houden voor enige door mij in verband met deelneming aan de trainingen en/of
races geleden of veroorzaakte schade, materieel of immaterieel, letselschade daaronder begrepen en de in
deze verklaring genoemde personen en instanties zal vrijwaren tegen alle aanspraken terzake van die schade
door derden."
Artikel 13 - Verzekering
In een licentie is door de KNAF een persoonlijke ongevallenverzekering opgenomen.
De voorwaarden en condities staan vermeld in de paragraaf “Overzicht kosten licenties” van het AutoSport
Jaarboek (ASJ).
Artikel 14 - Rechten
Alle rechten voortvloeiend uit wedstrijden of kampioenschappen zijn voorbehouden aan de organisator.
Publicatie van foto’s, video en/of film is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van de organisator.
Artikel 15 - Wedstrijdverloop
Het wedstrijdverloop, de verschillende wedstrijdonderdelen en het tijdschema dienen vermeld te zijn in het
bijzonder reglement. De prijsuitreiking mag plaats vinden voor het verlopen van de protesttijd, maar dan volgens
de voorlopige uitslag.
Artikel 16 - Straffen
16.1 In dit reglement worden regels genoemd waaraan alle deelnemers zich dienen te houden. Op
overtreding van een aantal regels staan in dit reglement straffen genoemd of wordt verwezen naar het
bijzonder reglement, de CSI of het AdK.
16.2 De WL heeft de bevoegdheid om de straffen die in dit reglement genoemd zijn, zonder overleg met de
SC (of bij afwezigheid van de SC) aan de deelnemer(s) op te leggen. Indien het reglement daarbij
uitsluiting als straf noemt, dient de WL eerst de deelnemer(s) te horen voordat hij de straf uitspreekt.
Het is niet toegestaan dat de WL een andere straf oplegt dan het reglement voorschrijft. Indien het
reglement geen straf voorschrijft, dan mag de WL geen straf opleggen.
16.3 Daar waar sprake is van een overtreding van een regel uit dit reglement, maar waar geen straf op de
overtreding vermeld is, zal de straf bepaald worden door de sportcommissaris(sen), of bij hun
afwezigheid de WL.
16.4 Een straf wordt opgelegd middels een proces verbaal dat uitgehangen wordt en de betreffende
deelnemer(s) wordt z.s.m. ingelicht. Straffen die opgelegd worden op een andere dag dan de
wedstrijddag (bijv. bij technische nacontrole) worden schriftelijk, binnen 14 dagen na bepaling aan de
deelnemer(s) meegedeeld.
Indien er sprak is van een handgemeen tijdens de wedstrijd zal de betreffende deelnemer(s) gestraft worden met:
12 ronden aftrek bij een Endurance race en uitsluiting voor die heat bij een Sprint race. Indien er sprake is van
slaan, schoppen of nog ernstigere handelingen zal de betreffende deelnemer(s) onmiddellijk uitgesloten worden
van de wedstrijd en zal het incident via de (eventueel sportcommissarissen) aan het dagelijks bestuur van de
KNAF gerapporteerd worden.
Artikel 17 - Protesten
17.1 Voor protesten en beroepen tegen een opgelegde straf wordt verwezen naar het algemeen reglement van
de KNAF.
17.2 Bij sprint wedstrijden is de protesttijd inzake een opgelegde straf conform het algemeen reglement van
de KNAF (zie ASJ).
17.3 Bij Endurance wedstrijden wordt een race steeds verdeeld in secties van één uur, gerekend vanaf het
moment van de start. Na afloop van elke sectie geldt een protesttijd inzake de uitslag van die sectie van
30 minuten, gerekend vanaf het moment van publicatie / uithangen van het tussenklassement van deze
sectie.
17.4 Aan het eind van de Endurance race geldt de protesttijd van 30 minuten inzake het resterende deel van
de race, ingaand na publicatie / uithangen van het eindklassement van de race.
17.5 Ten aanzien van straffen geldt een protesttijd van 30 minuten, gerekend vanaf het moment van
publicatie / uithangen van het proces verbaal betreffende die straf.
Artikel 18 - Veiligheidskeuring
a. Bij een wedstrijd moet elke kart vooraf op veiligheid gekeurd zijn. Alleen karts die hier goedgekeurd
zijn,
mogen aan de training en de wedstrijd meedoen.
b. Dit dient te gebeuren op het in het Bijzonder Reglement aangegeven tijdstip. Teams/rijders die
hun
kart niet tijdig bij de veiligheidskeuring aanbieden, dienen achteraan te starten. Het
team/de rijder dient zijn kart altijd alsnog aan te bieden bij de Technisch Commissaris. Het
keuren van de kart blijft verplicht.
c. Het is alleen mogelijk een complete kart aan te bieden bij de veiligheidskeuring. Dat betekent dat karts
met
een loodsysteem het gehele maximale gewicht dienen mee te brengen. Teams met een inzetstoel dienen
deze ook mee te nemen. De inzetstoel dient deugdelijk te zijn bevestigd. Dit ter beoordeling van de TC.
d. Zorg dat je je kart compleet aanbiedt bij de keuring (zoals hierboven beschreven), daar de kart
anders niet gekeurd kan worden.
Straf: Overtreding van dit artikel heeft uitsluiting van de deelnemer voor het betreffende wedstrijdonderdeel tot
gevolg.
Artikel 19 - Persoonlijke uitrusting
De uitrusting van elke rijder dient te voldoen aan artikel 12 van de Annuaire (AdK). Daaronder wordt onder
meer verstaan:
Helm
Voor internationale wedstrijden een goedgekeurde helm conform de FIA/CIK eisen.
Voor nationale wedstrijden een goedgekeurde helm volgens de eisen van de KNAF (zie ook Annex L – Rijders
uitrusting - van het ASJ) en helmen welke voldoen aan de volgende eisen.
ECE -22/04 of -22/05
ECE R 22.05
Op het label is het land aangegeven waar de keuring plaatsvond: E1 in
de cirkel is Duitsland, E2 Frankrijk, E6 is België, E11 Groot Brittanië
De eerste twee cijfers van het lange nummer geven de certifcatie weer.
In dit geval dus ECE 22/04.
Het zijn stoffen labels.
Dit zijn de Europese normen voor helmen.
Economic-Commission for Europe
BS 6658-65 type A/FR
BS 6658-85 type A/FR
Het is uitgevoerd als sticker.
British Standards Institution
389 Chiswick High Road
London
W4 4AL
GB
Tel. +44 (0)20 8996 9000
Fax: +44 (0)20 8996 7400
Web site: www.bsi-global.com
SA2005
K2005
SA2000
K98
SA95
Het zijn stoffen labels of stickers.
Snell Memorial Foundation
3628 Madison Avenue, Suite 11
North Highlands, CA 95660
USA.
Tel. +1 (916) 331-5073
Fax +1 (916) 331-0359
Web site: www.smf.org
SFI 31.1A
SFI 31.2A
SF 31.1
SF 31.2
SFI Foundation Inc
15708 Pomerado Road, Suite N208
Poway, CA 92064
USA
Tel. +1 858-451-8868
Fax +1 858-451-9268
Web site: www.sfifoundation.com
Type helm
Alleen integraalhelmen of systeemhelmen zijn toegestaan. Een jethelm is niet toegestaan.
Gewicht
Het advies maximum gewicht voor een helm is 1800 gram. Dit is inclusief Turbo-vizier. Het advies maximum
gewicht voor een helm voor Juniors en Cadet's (Mini's) is 1550 gram, inclusief Turbo-vizier.
Bewerken
Bepaalde typen helmen mogen volgens opgave van de fabrikant niet worden beschilderd, gespoten of beplakt.
Voordat de helm wordt bewerkt, moet de rijder zich ervan vergewissen, dat de behandeling toegestaan is volgens
de richtlijnen van de fabrikant. Bij aankoop van een reeds gespoten helm blijft de verantwoordelijkheid bij de
rijder. Spoilers en andere delen mogen alleen op de helm worden gemonteerd als de fabrikant van de helm dit
specifiek toestaat.
Schade
Een helm mag geen uitwendige schade of schaaf plekken vertonen.
Vizier
De rijder moet een efficiënte en onbreekbare gezichtsbescherming over de ogen dragen. Een turbovizier geldt als
efficiënt. Vanaf het moment van zonsondergang tot het moment van zonsopgang dient de gezichtsbescherming
helder (ongekleurd en ongetint) te zijn.
Overall
Lederen of kunstlederen kleding die het gehele lichaam, inclusief armen en benen bedekt. CIK/FIA en FMK
goedgekeurde overalls zijn toegestaan.
Schade
Een overall mag geen grote uitwendige schade of grote schaaf plekken vertonen.
Handschoenen
Handschoenen moeten hand en pols beschermen. CIK/FIA en FMK goedgekeurde handschoenen zijn
toegestaan.
Schoenen
Toegestaan zijn lederen schoenen die mede de enkels beschermen. CIK/FIA en FMK goedgekeurd schoeisel is
toegestaan.
Natte race
Toegestaan tijdens regen en "Wet Race" zijn de rubberen laarzen die over de race schoenen worden gedragen.
Deze zijn hiervoor speciaal gemaakt.
Bodyprotector
Voor rijders tot 13 jaar is het dragen van een, door de KNAF goedgekeurde ”bodyprotector” en tijdens elk
wedstrijdonderdeel verplicht. Het dragen van een nekband wordt aanbevolen.
De in dit artikel genoemde uitrusting dient gedragen te worden op alle door de rijder gereden onderdelen van de
wedstrijd.
Straf: Overtreding van dit artikel heeft uitsluiting van de betreffende rijder voor het betreffende
wedstrijdonderdeel tot gevolg.
Artikel 20 - Banden
20.1 Merk en type band is omschreven in het reglement van de klasse.
20.2 Merknamen, codenummers, productienummers en maataanduidingen op banden moeten altijd zichtbaar
blijven.
20.3 Regenbanden moeten bij aanvang van stint of race voor tenminste 30% geprofileerd zijn met een
profieldiepte van minimaal 2 mm. Het zelf profileren van regenbanden en/of slicks in welke vorm dan
ook is verboden. Iedere vorm van kunstmatig opwarmen, opruwen, bewerken en/of met (chemische)
hulpmiddelen schoonmaken of behandelen van banden is verboden.
20.4 Het gebruik van meerdere sets banden tijdens een wedstrijd is toegestaan, tenzij het bijzonder reglement
anders vermeldt.
20.5 De wedstrijdleider is gerechtigd, op elk moment van de wedstrijd, banden die door de TC verdacht zijn
verklaard, voor onderzoek door de TC in bewaring te nemen. Het betreffende team kan, in afwachting
van de uitslag van dat onderzoek, de wedstrijd vervolgen met een door de TC goedgekeurde set banden.
Eventuele daaruit voortvloeiende kosten zijn voor rekening van het team.
20.6 Slicks en/of regenbanden dienen bij de veiligheidskeuring te worden aangeboden. Bij de
veiligheidskeuring kunnen de banden worden gemerkt. De gemerkte banden moeten worden ingezet
tijdens de gehele kwalificatie training en de race. De eerste stint start men de race op de banden waar
het team mee heeft gekwalificeerd of op de gemerkte banden. Het aantal sets banden dat gebruikt mag
worden tijdens de race blijft vrij.
20.7 Gedurende de kwalificatietraining mag er maar één set banden gebruikt worden. Dit betekent dus dat er
alleen met de gekeurde banden de kwalificatie mag worden gereden. Er mag wel gewisseld worden van
regenband naar slick en vice versa.
Straf: Overtreding van dit artikel geeft: Endurance - voor elk uur dat de race duurt 1 ronde aftrek. Sprint:
uitsluiting voor het betreffende wedstrijdonderdeel
N.b. Het deelnemen aan een race vangt aan bij het opstellen op de startgrid voor aanvang van die race. Het
opstellen op de startgrid met onreglementair materiaal heeft aldus de hiervoor genoemde straf tot
gevolg.
Artikel 21 - Tijdwaarneming
De tijdwaarneming van tijdtraining en de wedstrijd gebeurt met elektronische tijdwaarneming-apparatuur van
AMB, met behulp van bijpassende transponders. Tijdens de wedstrijd zal elk uur, voor races korter dan 4 uur elk
1/2 uur, een actuele tussenstand worden gepubliceerd. Indien de tijdwaarneming tijdens de tijdtraining uitvalt,
wordt de opstelling door loting bepaald. Indien de tijdwaarneming tijdens de race uitvalt, wordt de race met code
rood gestaakt. Vervolgens zal Artikel 26 van toepassing zijn.
Elke deelnemer dient zelf te zorgen voor een werkende AMB transponder van het type TranX-160 of TranX-
260. Zonder werkende transponder mag de deelnemer niet deelnemen aan de wedstrijd. Het transpondernummer
dient 1 uur voor de wedstrijd bij de organisatie gemeld te zijn. De organisatie of een door haar aangewezen partij
kan transponders te huur beschikbaar stellen. De nummers van deze transponders dienen uiterlijk één uur voor
aanvang van de wedstrijd aan de organisator gemeld te worden.
Indien een deelnemer afwijkt op de in dit artikel genoemde termijnen, heeft de organisatie het recht om
administratiekosten voor die deelnemer in rekening te brengen.
Artikel 22 - Startopstelling
22.1 Endurance races: De opstelling wordt bepaald door loting, volgens de uitslag van de tijdtraining of de
tussen-stand in het kampioenschap zonder aftrekresultaat. De keuze staat in het bijzonder reglement.
22.2 Sprint-races: Race 1 volgens loting. Race 2 – omgekeerd. Race 3 volgens resultaat race 1 & 2. Race 4
volgens uitslag race 3. Resultaten worden bepaald a.d.h. van punten (1e = 0 punt, 2e = 2 punten, 3e = 3
punten, enz.).
22.3 Vijf minuten voor aanvang van de race wordt de pitstraat gesloten en is het niet meer toegestaan om de
kart vanuit de pit op de startgrid op te stellen.
22.4 Karts die niet zijn opgesteld op de startgrid, kunnen uitsluitend vanuit de pitstraat starten op aanwijzing
van een daarvoor aanwezige official. Dit zal in elk geval niet eerder zijn dan nadat het gestarte veld van
rijders de pituitgang gepasseerd is.
Straf: Overtreding van punt 3 of 4 geeft: Endurance - 1 ronde aftrek; Sprint races 3 strafpunten.
Artikel 23 - Start
23.1 Startsein: Er wordt gestart middels de nationale vlag of het van rood naar groen gaan van het startlicht.
Indien het startsein geven wordt wegens het beëindigen van een “Pace Car” situatie, dan wordt het
startsein gegeven door het bewegen van de groen vlag.
23.2 Staande start: wordt uitgevoerd binnen 5 seconden na het moment dat alle karts (na één of meer
formatieronden) in startopstelling stilstaan achter de startlijn. Nadat het startsein gegeven is, mag elke
rijder onmiddellijk beginnen te racen.
23.3 Rollende start: wordt uitgevoerd als na de formatieronde alle karts in startopstelling op hun juiste plaats
en langzaam rijden. Nadat het startsein gegeven is, mogen andere, racende karts pas ingehaald worden
nadat de startstreep gepasseerd is.
Artikel 24 - Startprocedure
Deze is opgebouwd uit de volgende delen:
- Vanaf het moment dat de starter met de groene vlag het sein geeft de karts te laten oprijden naar de start
staan de rijders onder het gezag van de starter en mogen niet meer worden geassisteerd voor reparatie of
afstelling van hun kart. Voordat het startsein is gegeven mag de rijder worden aangeduwd of zijn
motor(en) gestart worden en niet meer dan dat.
- Er zal minstens één volle ronde worden gereden om de rijders gelegenheid te geven de juiste startplaats
in te nemen.
- Inhalen, anders dan voor het innemen van de startplaats is verboden.
- Tijdens de opwarmronde(s) is wijzigen van de startplaats verboden en dient men zich recht achter de
kart voor zich op te stellen. Als de kart tijdens de opwarmronde stil valt, dan moet de rijder de kart
direct naast de baan plaatsen. Vervolgens mag de rijder (evt. met hulp van de helpers) zijn kart opnieuw
proberen te starten, doch pas nadat het startsein gegeven is en het gehele veld hem gepasseerd is. Hij
dient dan achter het veld aan te sluiten en mag niet meer zijn originele startpositie innemen.
- Nadat het startsein is gegeven staan de rijders weer onder het gezag van de wedstrijdleider.
Straf: In geval van een valse start kan de WL de startprocedure onderbreken. De schuldige(n) kan
(kunnen) worden bestraft met aftrek van één ronde en/of bij afbreken van de start door de overtreder
achteraan te laten opstellen. Rijders die tijdens de startprocedure op een onrechtmatige plaats starten
worden bestraft met: Endurance: aftrek van 1 ronde; Sprint: 3 strafpunten.
Artikel 25 - Einde van de race
Het einde van de race wordt 2 ronden tevoren aangegeven door middel van een bordje "2" en vervolgens "1"
voor de laatste ronde. De race wordt beëindigd middels de zwart/wit geblokte vlag.
Artikel 26 - Onderbreken van de race
26.1 De beslissing om een race d.m.v. van de rode vlag te onderbreken wordt genomen door de
wedstrijdleider. In dat geval toont de wedstrijdleider bij de Start/Finishlijn de rode vlag, terwijl de
baanposten één gele vlag zwaaien. In geval van een noodsituatie is de wedstrijdleider verplicht
zelfstandig een beslissing te nemen over het onderbreken van de race.
26.2 De tussen-uitslag wordt vastgelegd op het tijdstip net voordat de leider zijn laatste complete ronde voor
de rode vlag situatie ingaat.
26.3 Indien bij Endurance races 75 % of meer van de tijd verstreken is – of bij Sprint races de leider 60% of
meer van de afstand afgelegd heeft – zoals beschreven is in het bijzonder reglement, kan besloten
worden dat de race als geëindigd beschouwd wordt en is de hiervoor genoemde tussen-uitslag de uitslag
van de race.
26.4 Indien de hiervoor genoemde afstand of tijd niet bereikt is, moet – uitgezonderd bij overmacht – een
Endurance race voortgezet worden en een Sprint race opnieuw gereden worden. De Endurance race zal
voortgezet worden door een rollende start zijn, waarbij de startopstelling volgens de laatst bekende
doorkomst zal zijn met de raceleider op kop en waarbij alle karts achter elkaar zullen starten. De
tijdwaarneming zal doorstarten op het moment dat de race weer gestart wordt en alle doorkomsten
tijdens de code rood niet tellen. De sprintrace wordt gestart volgens de startopstelling zoals bij die heat
bepaald is.
Artikel 27 - Full Corse Yellow
27.1 Indien de veiligheid dat vereist zal een bord met de tekst “Pace Kart” en een startnummer getoond
worden. De leider in de wedstrijd met het aangegeven startnummer moet langzaam gaan rijden. Alle
karts moeten in de dan geldende volgorde achter hem aansluiten. Inhalen is niet toegestaan.
27.2 Vanaf het moment dat het bord “Pace Kart” getoond wordt is de pitingang gesloten zijn en dat blijven
gedurende de eerste twee volle ronden. De WL zal voor de pit-ingang met het bord “PIT OPEN”
aangeven wanneer de pitstraat weer geopend is. Karts die op dat moment in de pits zijn, kunnen hun
werkzaamheden c.q. rijders wissel afmaken en de race voortzetten. Zij dienen echter wel achter het veld
aan te sluiten.
27.3 De pituitgang wordt gesloten zodra het veld de pituitgang tot op 25 meter genaderd is en gaat open
zodra het hele veld de pituitgang gepasseerd is. Tijdens het formeren van het veld in de eerste Pace Kart
ronde kan dat even duren.
27.4 Als de leider de pit ingaat, wordt de volgende kart automatisch de “Pace Kart” en blijft dat tot hij de pit
ingaat of tot de “Full Corse Yellow” situatie beëindigd wordt.
27.5 De “Full Corse Yellow” situatie wordt opgeheven door het geven van het startsein door middel van de
groene vlag. Daarbij gelden de regels van de rollende start.
Straf: Overtreding van dit artikel heeft aftrek van 1 ronde tot gevolg
Artikel 28 - Gedrag op de baan
28.1 De wedstrijdleider en de judges of fact zijn bevoegd te oordelen over het rijgedrag van een rijder. De
overtredingen Gevaarlijk (rij)gedrag, opzettelijk hinderen van een andere rijder, Inhalen onder
geel, afsnijden van de baan, te hard de pit inrijden - hebben tot gevolg: Endurance – 1 ronde aftrek;
Sprint: 1 ronde aftrek.
28.2 Bij pech dient de rijder zijn kart op een veilige plek langs de naast de baan te zetten waarbij hij de
aanwijzingen van de officials dient op te volgen. Indien verder rijden niet mogelijk is, dan dient de
rijder bij de kart te blijven tot hulp van zijn teamleden (max. twee personen) hem bereikt heeft, waarna
zij de kart via de weging in de pit naar de pit of het rennerskwartier kunnen brengen.
28.3 Reparaties aan de kart uitvoeren op de baan m.b.v. gereedschap of met/door andere personen dan de
rijder zelf is in alle gevallen verboden en wordt gezien als gevaarlijk gedrag. Dit geldt ook voor het
hinderen van andere rijders tijdens het repatriëren van een defecte kart.
28.4 Indien een rijder zich niet houdt aan de snelheid die staat voor het oprijden naar en op de
weegschaal is de desbetreffende official gemachtigd een waarschuwing uit te delen door middel
van een sticker. De sticker wordt voorop de kart geplakt. Bij herhaling van de overtreding wordt
aan het betreffende team/rijder een Stop & Go straf uitgedeeld.
Artikel 29 - Stop & Go straf
29.1 De “Stop & Go” straf wordt door de wedstrijdleider kenbaar gemaakt door het tonen van een bord met
vermelding van het startnummer en de tekst “Stop and Go”. De rijder dient direct nadat het bord
getoond is, de straf te ondergaan. Herhaald negeren van dit signaal zal het tonen van de zwarte vlag tot
gevolg hebben.
29.2 Voor een complete wedstrijd geldt een maximum van 4 “Stop & Go” straffen per deelnemer. De 5e Stop
& Go zal automatisch uitsluiting voor dat wedstrijd-onderdeel tot gevolg hebben.
29.3 Een “Stop and Go” straf wordt uitgevoerd door het binnenrijden van de pit. Na de verplichte weging
dient de rijder, zonder te stoppen, stapvoets de pitstraat uit te rijden en dient de wedstrijd weer
voortgezet te worden.
29.4 Een rijderswissel, tanken of sleutelen aan de kart is tijdens het uitvoeren van deze straf niet toegestaan.
Straf: Overtreding van artikel 29.3 of 29.4 hebben een Stop & Go straf tot gevolg.
Artikel 30 - Weging
Voor het gebruik van de weegschaal zal de volgende procedure toegepast worden:
30.1 Tijdens en na een wedstrijdonderdeel zullen alle rijders met hun kart, transponder en uitrusting
gewogen worden bij het inrijden van de pit.
30.2 Als bij een weging een lager gewicht afgelezen wordt dan het reglementair vereiste gewicht, dan wordt
dat direct aan de rijder gemeld en mag hij dat zelf ook aflezen. De rijder kan verlangen dat hij/zij een
tweede maal gewogen wordt maar hij/zij mag andere deelnemers niet hinderen in hun weging.
Deelnemers die tijdens de race na hem komen, gaan in dat geval voor. Heeft de rijder na de eerste of
tweede weging het parc-ferme verlaten, dan is protest tegen het afgelezen gewicht niet meer mogelijk.
30.3 De rijder heeft wel het recht om binnen 15 minuten een controle van de weegschaal met een
referentiegewicht te verlangen in het bijzijn van hem. Het hier genoemde referentiegewicht dient
tenminste 25 kilogram te wegen en dient van metaal te zijn. Het referentiegewicht dient voor aanvang
van de wedstrijd gewogen te zijn waarbij die weging volgens artikel 30.4 vastgelegd dient te zijn. Het
doel van het referentiegewicht is om aan te tonen dat de weegschaal een constante werking heeft. Als
bij die controle de weegschaal correct blijkt te werken, dan is de uitslag van de weging correct. Bij een
afwijking van de weegschaal zal de sportcommissaris (of bij zijn afwezigheid de WL) een besluit
nemen over de weging en de te volgen procedures voor de rest van de wedstrijd voor alle rijders.
30.4 Alle, in artikel 30.3 genoemde controles, die op de wedstrijddag uitgevoerd worden, zullen door de WL
of bediener van de weegschaal vastgelegd worden. Naast datum en tijd zal ook het opgelegde en
afgelezen gewicht opgeschreven worden en zal de official die de controle uitvoert moeten paraferen.
Straf: Een afgelezen gewicht dat lager is dan het reglement voorschrijft heeft een straf tot gevolg die in
het betreffende reglement genoemd wordt. Het niet wegen wordt gezien als “te licht” en heeft de zelfde
straf tot gevolg.
Artikel 31 - Brandstof
31.1 Uitsluitend loodvrije handelsbenzine, zonder toevoegingen, is toegestaan
31.2 Bij een Sprint race mag eigen benzine getankt worden in de pitbox, pitstraat of in het rennerskwartier.
Tijdens alle onderdelen van een Endurance wedstrijd mag uitsluitend brandstof getankt worden die
verstrekt wordt door de organisatie. Het tanken van elke andere brandstof is niet toegestaan, tenzij in
het bijzonder reglement aangegeven.
31.3 Het is niet toegestaan om welk product dan ook aan de brandstof toe te voegen.
31.4 Tanken op een andere plaats dan door de organisator bepaald, is verboden.
31.5 De wedstrijdleider kan besluiten dat, voorafgaand aan een race, door hem aan te wijzen deelnemers de
in hun kart aanwezige brandstofvoorraad moeten afstaan, waarna zij nieuwe brandstof door de
organisatie verstrekt krijgen.
31.6 Op verzoek van de Sportcommissarissen of de wedstrijdleider kunnen, op ieder tijdstip van de
wedstrijd, brandstofmonsters genomen worden ter controle op de naleving van dit artikel
Straf: Overtreding van dit artikel tijdens de training (ook bij loting): achteraan starten. Tijdens een
Sprint wedstrijd: uitsluiting voor het betreffende wedstrijdonderdeel. Tijdens een Endurance race:
overtreding van dit artikel heeft per uur dat de race duurt aftrek van één ronde met een maximum van 10
ronden.
Artikel 32 - Controle na de wedstrijd
32.1 De wedstrijdleider kan, in overleg met de sportcommissarissen, besluiten één of meerdere motoren na
de wedstrijd ter controle in te nemen. Ingenomen motoren worden in een kist gesloten en verzegeld. De
kisten waarin de ingenomen motoren worden opgeborgen, worden verzegeld door een loodje met
de letters EKC. Er staat geen nummer op het loodje. De organisatie maakt direct na het innemen
van de motoren (op de wedstrijddag) een afspraak met het team/de rijder voor een datum die
binnen twee weken na de race moet vallen, waarop de deelnemer aanwezig dient te zijn bij de
technische nacontrole op een, door de TC te bepalen locatie. Deelnemers waarvan de ingenomen motor
niet binnen deze regel gecontroleerd is, worden in elk geval uit de uitslag van de wedstrijd genomen.
32.2 Een deelnemer waarvan de motor is ingenomen, is verplicht om de werkzaamheden t.b.v. de controle
van de motor in opdracht van de TC of de wedstrijdleider direct uit te voeren. Motoren mogen in
gedemonteerde toestand aan de betreffende deelnemer worden geretourneerd. Indien bij controle blijkt
dat een motor niet conform de reglementen is, wordt, afgezien van een op te leggen straf, de betreffende
deelnemer belast met onderzoekskosten.
32.3 De organisator is bevoegd derden uit te nodigen om bij de keuring van motoren van één of meerdere
deelnemers aanwezig te zijn.
Artikel 33 - Vlagsignalen
Voor uitleg van de vlagsignalen wordt verwezen naar het vlaggenreglement in het hoofdstuk
“Algemeen” uit het ASJ.
Het negeren van de vlagsignalen heeft een hierna te noemen straf tot gevolg.
Rood - uitsluiting van de deelnemer
Geel - Stop & Go straf
Groen + gele chevrons - achteraan opstellen bij start
Blauw (bewogen) - Stop & Go straf
Zwart - uitsluiting van de deelnemer
Zwart met oranje stip - tonen van de zwarte vlag
Bord met Stop & Go - tonen van de zwarte vlag
Bord met Pace Kart - Stop & Go straf
Artikel 34 – Raceklassement
Het klassement wordt gevormd door het grootste aantal afgelegde ronden op het moment dat de finishvlag valt.
Van deelnemers die een gelijk aantal ronden afgelegd hebben is de volgorde van aankomst op de finishlijn
bepalend. De uitslag is officieel na goedkeuring door de sportcommissarissen of bij hun afwezigheid de WL.
Artikel 35 – Dagklassement voor sprint wedstrijden
Een sprintwedstrijd bestaat uit één of meerdere races. Elke race levert punten op volgens de werkwijze dat de
winnaar 0 punten krijgt, de tweede deelnemer krijgt 2 punten, de derde krijgt 3 punten, enz. De deelnemer die in
een race niet gestart is, (d.w.z. na het startsein niet de startlijn gepasseerd is) krijgt het aantal punten gelijk aan
het aantal deelnemers (d.w.z. ingeschreven deelnemers die zich bij de administratieve controle gemeld hebben)
plus één punt.
Een deelnemer die voor een race werd uitgesloten, krijgt een puntenaantal gelijk aan het aantal deelnemers
(d.w.z. ingeschreven deelnemers die zich bij de administratieve controle gemeld hebben) plus tien punten. Als
een deelnemer strafpunten oploopt, dan schuiven de deelnemers na hem (zowel in punten als in plaats) door tot
het ontstane "gat" in het totaal aantal punten opgevuld is. (zie noot).
Het dagklassement wordt gevormd door het minst aantal punten over alle tellende races. Van deelnemers die een
gelijk aantal punten hebben, is bij een race1-race2 wedstrijd de uitslag van de tijdronden bepalend en bij een
drie- (of meer) manches systeem de uitslag van de laatste manche bepalend. De einduitslag is officieel na
goedkeuring door de sportcommissarissen (of bij hun afwezigheid de wedstrijdleider).
Noot: Na verwerking van strafpunten zal een nieuwe uitslag van een race ontstaan, die bepalend is voor de
startopstelling van de volgende race en punten oplevert voor het dagklassement.
Artikel 36 - Puntentelling
Indien er sprake is van een kampioenschap met een serie van wedstrijden, dan mogen deelnemers in alle
wedstrijden deelnemen, tenzij dit door de organisator anders bepaald is. De stand in de serie wordt bepaald door
de resultaten op te tellen. De organisator kan aangeven dat een of meer resultaten weggelaten mogen worden,
doch uitsluitingen vallen daar niet onder. Op deze wijze kunnen een of meer slechte resultaten genegeerd
worden. Een uitsluiting mag niet worden geschrapt en geldt in dat geval als een resultaat van nul punten.
De te behalen punten per Endurance wedstrijd voor deelnemers zijn:
1e - 33 7e - 24 13e - 18 19e - 12 25e - 6
2e - 30 8e - 23 14e - 17 20e - 11 26e - 5
3e - 28 9e - 22 15e - 16 21e - 10 27e - 4
4e - 27 10e - 21 16e - 15 22e - 9 28e - 3
5e - 26 11e - 20 17e - 14 23e - 8 29e - 2
6e - 25 12e - 19 18e - 13 24e - 7 30e - 1
De te behalen punten per Sprint wedstrijd voor rijders zijn:
1e - 20 6e - 13 11e - 8 16e - 3
2e - 18 7e - 12 12e - 7 17e - 2
3e - 16 8e - 11 13e - 6 18e - 1
4e - 15 9e - 10 14e - 5 19e - 0
5e - 14 10e - 9 15e - 4 enz.
- snelste ronde bij tijdrijden - 1 punt
- punten die door een deelnemer in het betreffende jaar gehaald worden, zijn niet overdraagbaar aan andere
deelnemers.
Bij gelijke klassering wordt met in acht name van alle resultaten als beste geklasseerd:
- de deelnemer met het hoogst aantal eerste plaatsen
- vervolgens de deelnemer met het hoogst aantal tweede plaatsen
- vervolgens de deelnemer met het hoogst aantal derde plaatsen en zo teruggrijpend tot de laatste
- indien dan nog geen verschil tussen de deelnemers ontstaat, dan wint de deelnemer met de snelste tijd op de
laatste wedstrijddag waar beide deelnemers aan deelnamen.
Artikel 37 - Prijzen
Het staat de organisator vrij de prijzen te laten bestaan uit bekers, medailles of plaquettes, doch per 5 deelnemers
die 14 dagen voor de wedstrijd ingeschreven hebben moet minstens 1 prijs beschikbaar zijn. Voor een
kampioenschap geldt een prijs voor de eerste drie deelnemers.
Artikel 38 - Plaatsen van karts
Stilstaande karts moeten worden geplaatst op een plastic zeil van tenminste 3 x 4 meter als ondergrond. Dit zeil
mag uitsluitend gereinigd worden op een daartoe geschikte plaats en moet na de wedstrijd worden opgeruimd.
Straf: € 20,--
Artikel 39 - Afval
Tijdens het gehele evenement is de deelnemer verplicht hun plaats in het rennerskwartier en de pitstraat schoon
te houden en na het evenement schoon achter te laten. Milieu-afval zoals banden, olie, smeermiddelen, e.d.
dienen zij in de daarvoor bestemde container te storten, dan wel deze mee naar huis te nemen.
Straf: € 20,--

Laatst geupdate op ( donderdag 31 januari 2008 )
 
< Vorige

FOTO S

Sponsoren

A van Buuren
v. Heert Motorservice
Publitas ICT

Agenda

Agenda is leeg
© 2018 Biposto Racingteam
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.